web analytics

De curieuze en gruwelijke geschiedenis van de Friezen –> deel 174.

 

Anno 1416.  De Keizer van Duitsland, Sigmundus, had bespeurd dat de Friezen door onderlinge twisten waren verzwakt. Hij stuurde twee gezanten, die weliswaar vriendelijk werden ontvangen maar die meteen werden teruggestuurd met de boodschap dat de Friezen vasthielden aan alle rechten en vrijheden, verkregen van Karel de Grote en vele latere vorsten. Daarop zond Sigmundus zijn gezanten nogmaals ter bevestiging van die privileges en vorderde alleen een jaarlijkse schatting op elke woning.

Maar Graaf Willem, die ook meende rechten te hebben in Friesland, was nogal gebelgd door de onderhandelingen tussen de Keizer en de Friezen. In 1417 werd zijn bestand met de Friezen voor een jaar verlengd onder de voorwaarde dat de Friezen zich niet verder zouden inlaten met de gezanten van de Keizer. Willem overleed een maand later, wat het omslagpunt werd tot een reeks twisten en oorlogen in Holland. 

In 1417 verleende Sigismund de Friezen tóch het vrijheidsprivilege. De Friezen konden het eigen bestuur regelen en dát was heel bijzonder in die tijd. In Tresoar is een kopie van die akte te bezichtigen.

Keno ten Broek, wiens heerschappij in Embden steeds groter werd,  zag nu de gelegenheid om de band met de Keizer te versterken. Maar een groot aantal van zijn bondgenoten kregen weerstand tegen zo’n grote macht van Keno. Keno werd in Embden afgezet ten gunste van Hiske,  de voormalige Proost aldaar.

De twisten en oproeren tussen de Vetkopers en Schieringers bleven aanhouden. De Vetkopers uit Groningen vervolgden de Schieringers waar ze konden. Zelfs ondernamen ze verschillende strooptochten over de Lauwers, waar ze plunderden, verwoestten en moordden waar ze konden. Wel versterkten de Schieringers de stad Dokkum  en andere plaatsen, maar toch konden ze de drieste Vetkopers uit Groningen en Ommelanden niet keren. Een beroep op de Keizer kreeg geen gevolg.

Inmiddels had Jan van Beijeren, voorheen Bisschop van Luik, de voogdij over Friesland overgenomen van z’n overleden broer Graaf Willem. Maar Willem had z’n dochter Jacoba, op haar 16e al weduwe van een Franse Prins, als zijn opvolger gedacht. En zo ontstonden er twee kampen: enerzijds de Friezen die, beducht voor de invallen uit Groningen, Jan van Beijeren als hun heer wilden erkennen en daarnaast de Friezen die geen Hollands juk konden verdragen. De Vetkopers uit het Groningse, waaronder vele gevlucht uit Friesland, waren zozeer verbitterd op de Friezen die hun steun zochten bij de Hollanders, dat ze Dongeradeel en Achtkarspelen binnenvielen en alles verwoestten.

 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.fanvanfryslan.nl/wordpress/2015/04/de-curieuze-en-gruwelijke-geschiedenis-van-de-friezen-deel-174/