web analytics

De curieuze en gruwelijke geschiedenis van de Friezen (deel 162)

 

Anno 1362. 

Albert van Beijeren had zijn Kabeljauwse tegenstanders zover weten te bedwingen, dat hij ruimte kreeg voor een veldtocht tegen de West-Friezen. Dezen, door bloedbanden en handel met de Friezen ten Oosten van het Vlie verbonden, en gesteund door de Friezen van Oostergo en Westergo, hadden zich niet aan de Graaf onderworpen.

Na onderwerping van de West-Friezen trok het leger op naar Terschelling, waar vrijwel alle bebouwing door brandstichting werd verwoest. Uiteraard waren de Friezen woest op de Graaf en de inwoners van Stavoren en Hindelopen vanwege hun steun aan Albert. Aan de Oostkant beloofde de opkomende macht van Oost-Friese edelen weinig goeds voor de Friese Vrijheid.

De wetgevende vergaderingen bij Upstalboom raakten in onbruik en werden verplaatst naar de Groninger gewesten. Met het doel om alle vreemde heerschappij en inbreuk op verworven rechten te weten met verdragen en verbonden. In 1371 stierf Bisschop Jan van Vernenburg, vermoedelijk door vergiftiging. Hij werd opgevolgd door de krijgszuchtige Arnoldus van Hoorn. In dat jaar brak er een oorlog uit met Graaf Albert vanwege bezit van het slot VREDEland.

Arnoldus verzamelde zoveel mogelijk krijgsvolk, onder meer door Balduinus in Friesland een kruistocht te laten prediken tegen de Graaf. Maar de Friezen wilden vanwege handelsbelangen niet hun bestand met de Graaf breken, mede omdat de abt van Lidlum, Wijbrandus een oorlog sterk afraadde. Balduinus beklaagde zich bij Bisschop Arnoldus, waarna deze de abt te Vollenhove ontbood en hem gevangen liet zetten. Pas na betaling van een omvangrijk losgeld werd de abt weer vrijgelaten. Mede met dat geld werd het vervallen klooster st.Odofus te Stavoren opgeknapt. De Friezen van Westergo verenigden zich om de macht van Franeker te versterken.

.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.fanvanfryslan.nl/wordpress/2013/07/de-curieuze-en-gruwelijke-geschiedenis-van-de-friezen-deel-162/