web analytics

De curieuze en gruwelijke geschiedenis van de Friezen ( deel 128)

Anno 1224.

Ondanks dat In Friesland bij diverse eerdere overstromingen duizenden mensen waren verdronken en de resterende bewoners van Friesland op verzilte landbouwgronden in bittere armoede achterbleven, liet de Paus het niet na om opnieuw een kruistocht te prediken. Nog meer Friezen moesten, samen met Groningers, naar Palestina om de Saracenen te bestrijden. Veel dorpen en gehuchten in Groningen en Friesland werden met bezoek van Olivier vereerd: Groningen, Bedum, Winsum, dorpen in Fivelingo en Oost-Friesland. Surhuizum, Dokkum en zo meer.

Om de Paus niet voor het hoofd te stoten, nam zelfs Keizer Frederik II het kruis aan. De Keizer roemde de Friezen om hun moed en successen bij eerdere kruistochten en drong er bij hen op aan ook nu mee te doen. Velen lieten zich overhalen, maar de uitrusting van deze toekomstige krijsmacht duurde lang, mede omdat Keizer Frederik geen haast maakte. De Paus bewoog hem uiteindelijk persoonlijk  om daadwerkelijk naar Palestina af te reizen.

Intussen was Paus Honorius al voor het begin van deze tocht overleden. Hij werd opgevolgd door de al even fanatieke Gregorius IX.

De Bisschop van Munster probeerde de Groningerlanders weer een nieuwe schatting af te persen. Emo, de proost van Werum, kwam in opstand tegen uitvoerder Hendrik, de proost van Schildwolde. Olivier koos de zijde van Emo. Het volk kwam in opstand en stak de kerk van Schildwolde in brand. Maar dat werkte averechts, want de Bisschop van Munster legde het volk een schatting op van 1600 Mark aan zilver. De verwoeste kerk en andere gestichten in Schildwoude moesten worden herbouwd. Bisschop Dirk moest daarbovenop 800 Mark boete betalen.

En zo voerde in 1224 proost Emo het kruisleger aan naar Palestina. Na vele onlusten in het Noorden van Nederland gingen de Friese schepen pas in 1227 onder zeil bij Borkum. Met veel verlies aan schepen en strijders arriveerde het leger in Palestina. Keizer Frederik II voegde zich met grote tegenzin daarbij. Al meteen nodigden de Saracenen hem uit tot een wapenstilstand. En zo werd een bestand gesloten voor vele jaren, waarbij de Saracenen de steden Jeruzalem, Nazareth, Thoron en Sidon afstonden aan de Christenen. De Saracenen mochten hun godsdienst blijven uitoefenen in de tempel van Jeruzalem. Kort daarna keerde Frederik terug in Italië , zonder die verworven steden te beroven of te versterken. Dit tot groot ongenoegen van de Paus. De keizer, al onder de ban van de Paus, werd hiervan ontslagen onder de belofte van overdracht van twintigduizend goudstukken.

Friesland, en ook een groot deel van OostFriesland werd in datzelfde jaar 1227 opnieuw zwaar getroffen door een  vloedgolf, vooral veroorzaakt door stortregens. Tweeduizend mensen en een groot aantal stuks vee verdronken. Grote delen van Friesland en Groningen waren zo kaal als een knikker door al die overstromingen. Dor het zout wat achterbleef groeiden er vrijwel geen bomen en struiken. Appels, noten waren onbekend. Er was nog geen baksteen-industrie en hout was niet voorhanden om woningen ermee te bouwen. Dus moesten de Friezen het doen met plaggen. Wind en wilde dieren hadden vrij spel op de kale vlakten. Het enige gewas wat tegen zilte grond kon was GERST. En dus was gerst duizenden jaren voor de Friezen de voornaamste voedselbron met verwerking tot pap, brood en bier.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.fanvanfryslan.nl/wordpress/2012/02/de-curieuze-en-gruwelijke-geschiedenis-van-de-friezen-deel-128/