web analytics

De curieuze en gruwelijke geschiedenis van de Friezen ( deel 126)

 

Anno 1219.  De Egyptische stad Damiate was aan de landkant versterkt door de Sultan. Het kruisvaardersleger vatte medio 1219 moed om de stad te gaan veroveren. Eerst werd de schipbrug, gebouwd  voor nieuwe aanvoer van volk en levensmiddelen, vernield. Daarna werd het Saraceense leger afgesneden van de stad. De vijand vluchtte nu, met achterlating van een -voor de Christenen welkome – voorraad van bagage en levensmiddelen.

De Sultan vreesde nu voor de val van Jeruzalem en liet die stad ontmantelen. Vele gebouwen werden gesloopt, maar het Heilige graf en het slot Davids bleven gespaard.

Het beleg van Damiate kon uiteindelijk niet door de Sultan worden gebroken. Daarom bood hij de Christenen het vrije bezit aan van Palestina, vrijlating van alle krijgsgevangen Christenen, eeuwige vrede en overhandiging van het Heilige Kruis. Maar de Paus verwierp dat voorstel en verordonneerde dat alle Saracenen en Turken moesten worden uitgeroeid. Het beleg van Damiate duurde daardoor voort tot eind augustus en de stad viel, grotendeels al ontvolkt door de pest, in de handen van de kruisvaarders.

Door een volgende overstroming van de Nijl leed het Christenleger buitensporig  veel schade. Nu, na twee jaren ellende door de hardnekkige opstelling van de Paus, werd Damiate ontruimd; de gevangenen van beide kampen zouden hun vrijheid krijgen en de Christenen zouden het Heilige Kruis ontvangen. De overgebleven Friezen trokken, niet met buit maar alleen met roem beladen, terug naar Friesland.

Intussen, in het jaar 1218, waren grote delen van Friesland ten oosten van de Eems door een stormvloed verwoest. In 1219 trof een volgende overstroming ten oosten van het Vlie een groot gebied in het huidige Friesland. Een zware Zuidwesterstorm, verhoogd door de stand van de maan, deed de dijken bezwijken en dreef het zeewater met ongekende hoogte ver het land in. De mensen zaten op de daken of dreven op wat de vloed meevoerde. Complete dorpen in het gebied tussen de Schelde en de Wezer waren met hun bewoners verzwolgen, ontelbaar veel huizen, kerken en kloosters waren door de zee verwoest en meegesleurd.

Anno 1220. Het land was onvruchtbaar geworden door het zout en er was een groot gebrek aan voedingsmiddelen. Ook in dat jaar werd Friesland getroffen door een enorme watervloed. Duizenden mensen kwamen om het leven; veel minder dan in het voorgaande jaar, want de terpbewoners hadden de eerdere stormvloeden overleefd en de bewoners van de lagere gebieden waren voor het merendeel verdronken.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.fanvanfryslan.nl/wordpress/2012/02/de-curieuze-en-gruwelijke-geschiedenis-van-de-friezen-deel-126/