web analytics

Weekblog 2006-39: DIERENDAG in oNLiners uit Friesland, WAT EEN BEESTENBENDE. Weeuwsnitje.

foto

TWEE REEBRUINE OGEN……DIE KEKEN DE BLOGGER AAN (dierendag voor volwassenen)

——————————————————————————

WAT EEN BEESTEN-BENDE

 

88. In hûn mei in bonke kin gjin freonen. (Een hond met een bot kent geen vrienden).

87. Gruzige bargen groeie bêst. (Smerige varkens groeien het best).

86. It is klearebare leafde, sei de boer, doe tute ‘r in keal op it bil.

85. Grutskens stiet in hynder goed, mar in minske beroerd.

84. De meagerste miggen bite it fûlst.

                                                —————–
Je kunt iets ontzettend doms tegen een hond zeggen en tóch zal hij je bekijken met een blik die zegt :”Godsallahmachtig. Daar zou ik NOOIT aan hebben gedacht.”

Als je ’s morgens met de kippen opstaat, overdag werkt als een paard en ’s avonds zo moe bent als een hond, dan is de kans groot dat je een ezel bent.

Als twee honden vechten om een been, heeft de postbode er nog één.

Een ezel stoot zich heel gemeen wel vaker aan dezelfde teen.

Hanensoep is kippensoep met ballen.


WEEKHAIKOE

 

Yn ‘e hjerststoarmen
ek it lêtste apeltsje
hat him losmakke
  


                                                                  Gé de Jong


Deze week verscheen er geen column op dit blog.
Maar misschien heb je de onderstaande dierlijke columns nog niet gelezen?

Snel vindbaar via Google: gewoon intikken.

weekblog 32 voor de column ………>  IN VERWACHTING
weekblog 30…….>  EENDEN-IN-STINKT
weekblog 28…….>  TWEE ORANJE KONIJNTJES
weekblog 27…….>  EIBERLEED
weekblog 22…….>  OPPASPOES POESPAS

En uiteraard zijn er ook nog steeds spreekwoorden te vinden over
honden in weekblog 37, over paarden in weekblog 25.


Touché–  Belogged Ann@Liese, geen column vandaag? Neem je ons in de mailing?
Anna Liese–  Echt niet. Maar ik heb nog wél iets van de reserveplank om te ontspannen:

    WEEUWSNITJE en de DWEVEN ZERGJES  uit ZWEETSTERBAAG

     Lang geleden leefde eens, veel her weg in een krachtig pasteel, een scheel hoon meisje en dat scheel hoon meisje heette Weeuwsnitje. Maar in dat krachtige pasteel woonde nog iemand: de biefstoeder, de moze biefstoeder van Weeuwsnitje. Iedere dag trok deze haar kloonste scheetje aan, ging dan voor een wiegeltje staan en dan zei ze: “wiegeltje, wiegeltje aan de spand: wie is de vroomste schouw van lans het gand? En toen antwoordde dat wiegeltje: “biefstoeder, gij schent heel boon, maar weefsnitje is nog muizend schaal doner dan gij”. De moze biefstoeder werd beets stozer.
Op dekere zag zing gij vrorgens smoeg naar de joze bager. “Joze bager”, zei ze, “ gij jaat Weeuwsnitje nidkappen en haar achterlaten in het wonkere doud van Zweetsterbaag”. De joze bager, de leersmap, had een klare zijk op de kaak, want hij was vroeger nog gatroos meweest en had jeven zaren op zijn slip gescheten. De joze bager sprong op zijn perk staard, pakte zijn wietgescheer en liet hij Weeuwsnitje gastvebonden achter in het wuikgestras.
Arme Weeuwsnitje zat daar te schruilen van de hik. Het zat vaar dol met woute stoven, maar gelukkig kwamen uit het heupelkrout dweven zergjes, die ergens wiep in het doud in een harig kutje woonden. Zij zagen Weeuwsnitje in het wuikgestras liggen en met verkrachte eenden brachten ze Weeuwsnitje naar een hun haddenstoelen puisje.
Eens kwam daar een prone schins boorvrij, gezeten op een gerk staard. Hij verdwaalde in dat wiese Froud en vond  Weeuwsnitje in haar klazen gist ( want ze had zich inmiddels slervikt in een fruk stuit ) en werd zapelstot op Weeuwsnitje. Hij streek haar kak in de ogen en muste haar recht op de kond. De prone schins nam haar mee op zijn pimmelschaard, ze trouwden, hadden een groot kannepoepenfeest, leefden nog veel en kregen lange kinderen.


Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.fanvanfryslan.nl/wordpress/2006/09/weekblog-2006-39-dierendag-in-onliners-uit-friesland-wat-een-beestenbende-weeuwsnitje/